Door Tascha Samuel, DWTonline 10/07/2013

De Javanen die naar Suriname zijn gekomen, hadden een hard leven. Lange werkdagen van zes uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds, slecht eten en vreselijke leefomstandigheden brachten velen een leven van frustratie. Maar de familiebanden die soms tegen wil en dank verbroken werden, waren tegen de Javaanse traditie.

Dat leverde samen met het harde werken en slechte omstandigheden op de plantages, reële trauma’s op. Generaties later is een bezoek aan Indonesië dé oplossing voor majoor Edward Redjopawiro. Hij doet ook onderzoek naar het immigratieverleden van de Javaanse immigrant en het trauma dat de groep heeft opgelopen.

In de Pura Besakih tempel gaan de heren in gebed bij de hindoegod Vishnu. Ondanks zij Javanisten zijn is er geen begrenzing daarin. Vader Toekimin Redjopawiro is de derde persoon op de rij met pet op.-.

Beeld: Collectie Edward Redjopawiro

Edward behoort tot de vierde generatie van de familie Redjopawiro. Het is zijn overgrootvader Toekiran – toen nog Tokarijo – die besluit in 1922 tegen de wil van zijn ouders, een beter leven te zoeken in Suriname. De beloften van goed werk, betaling en eigen grond geven Toekiran het gevoel dat hij het zal maken in het leven. Hij is de meest rebelse zoon van zijn vader Tokarijo. Overgrootvader Mbangun Tokarijo is niet blij met het besluit van zijn zoon. Mbangun betekent ”ontwikkeld” en Tokarijo ”Hard werken”. “Maar door de hardheid van het leven ontgoocheld en gefrustreerd, veranderde Toekiran zijn naam zoals vele andere Javanen. Hij noemde zich toen Redjopawiro, wat ”strijders voor rijkdom en geluk” betekent. “Hij is met grootspraak en in onmin met zijn vader vertrokken. En alleen dat al is een trauma. Want vanuit het Javaans gedachtegoed (Adat) moet je je ouders ten koste van alles respecteren en eerbiedigen. Grootspraak en schelden zijn taboe. Je wordt verworpen in het dorp als men het weet”, vertelt Edward. Daarnaast heeft hij de belofte van ”een beter leven” helemaal niet kunnen waarmaken.

Het leven van Toekiran op plantage Peperpot is zwaar. Het begint al om vijf uur in de ochtend met klaarmaken voor het werk op de cacao- en koffieplantage dat stipt om zes uur begint. “Ze werden vaak mishandeld. En officieel mocht er bij de districtscommissaris of de plantageopzichter wel een klacht hierover worden ingediend. Maar ze waren bang voor represailles, want als je ging klagen werd je slechter behandeld. Velen werden opgesloten omdat ze niet wisten waarvoor ze hadden getekend”, vertelt Redjopawiro hoofdschuddend. De mensen waren vaak analfabeet en hadden met een ”duimafdruk” getekend zonder ook maar enig idee te hebben wat er stond op het papier.

Hoogzwanger
Iets wat voor enorme emotionele verwondingen heeft gezorgd is de opsluiting van oma Redjopawiro. Zij was zwanger van het vierde kind en lustte wat koffie. Zij nam een handvol mee en werd dientengevolge gearresteerd en weggebracht. “Mijn oma was hoogzwanger en beviel in degevangenis op Domburg. Mijn vader wil niets over dit schandelijk verhaal horen. Zijn vader schaamde zich en was verdrietig hierover. Deze vernedering leeft nog sterk bij mijn opa.” Toen het zesde kind werd geboren, overleed oma tijdens de bevalling. “Oma was een kleine vrouw die keihard werkte op het veld en voor de kinderen en het huishouden zorgde. Het was haar te veel”, vertelt Edward.


Vader Toekimin kan de wens van zijn vader eindelijk in vervulling brengen. Bij het graf van grootvader Tokarijo vraagt hij om vergiffenis samen met zijn zonen en een schoondochter. De man met de pet is een achterkleinkind van Mbangun Tokarijo.

Vergiffenis
De vrouw die opa toen nam was een spreekwoordelijke ”stiefmoeder”. “Ze behandelde de kinderen niet goed. Ze was materialistisch. Eén van de vreselijke dingen dieze heeft gedaan, was spaargeld van mijn broer nemen om zijn rijbewijs te maken…” Edward moet even slikken als hij eraan denkt. Het heeft ook hem gekwetst. “Opa was een arme man met zes kinderen. Mijn vader Toekimin was de meest nederige van de zonen. Naarmate opa ouder werd, ging hij steeds meer praten over Indonesië en zijn ouders. Aan Toekimin vroeg opa om naar Indonesië terug te gaan om namens hem vergiffenis (ngapuroh) te gaan vragen aan de familie.” Dat hij zelf niet terug kon gaan, was een diepgewortelde frustratie voor opa. “Toen hij hoorde dat zijn vader was overleden en daarmee de kans om echt zelf vergiffenis te vragen vervaagd was, raakte hij in een diep dal. Het lijkt raar, want opa was toen al een volwassen man, maar hij is diep ingeworteld in zijn ”Javaan zijn””, legt Edward uit.

Disharmonie
De vader van Edward is na enige tijd het leven op Peperpot zat. Hij wil uit de armoede en de negatieve sfeer die er daar heerst. “Door de vele ruzies tussen vader en stiefmoeder ontstonden er onderling ook ruzies tussen broers en zusters. Op gegeven moment spraken velen van hen niet met elkaar.” Dat is echt een hele vervelende situatie binnen een Javaanse familie. Want volgens de Adat gaat de Javaan haast ten koste van alles, conflict uit de weg. Harmonie (Rukon) moet ten koste van alles bewaard blijven. “Maar dit is een trauma, als gevolg van het overlijden van mijn oma. Daar heeft men niets mee gedaan.”

Liefde en toewijding
Het streven naar een beter leven van vader Toekimin, maakt het leven van zijn zeven kinderen heel moeilijk. “Pas toen mijn vader ouder werd en met mij ging praten over zijn vader, begreep ik waarom hij zo achter ons aan zat. Ik was niet dom maar wilde ook niet echt leren. Dat leverde slaag op. Veel pakslaag, ook voor mijn andere broers”, licht Edward toe. “Dat is mijn vaders trauma geweest. Hij hield van ons en wilde ten koste van alles zorgen dat we een goede scholing kregen. Vaak als hij ons had geslagen, kwam hij later met zalf om de zere plek in te smeren als we sliepen. Dat toonde zijn liefde en zijn toewijding als vader. Ik ben hem dankbaar.” Edward wordt even stil. Hij is zich ervan bewustdat door hierover te praten er een doorbraak heeft plaatsgevonden.


Dit is de ruïne van de koffie- en cacaofabriek op Peperpot waar de moeder van Toekimin in gevangenschap was genomen nadat ze beschuldigd was van het ”stelen” van een handvol koffie. De zwangere vrouw baarde haar kind in gevangenschap op Domburg.

Slametan
“Javanen praten niet over zulke zaken. Het zijn kwetsende dingen die ze in zich vasthouden en die zorgen voor afwijkend gedrag. Om helemaal in het reine te komen en vergiffenis te vragen, zal er een speciale familie Slametan gehouden worden. In juni 2011 gingen vader Toekimin en zoon Edward naar Indonesië waar zij volgens het Javaans ritueel bij het graf van de overgrootouders vergiffenis gingen vragen. Er werd geld achtergelaten voor het maken van een goede grafsteen. “Door de Slametan zal de disharmonie die zoveel negativiteit heeft gebracht, hersteld worden. En kunnen we doorgaan in harmonie.”.-.

Bronvermelding: Tascha Samuel. Trauma bij Javaanse immigrant doorbroken, DWTonline 10/07/2013