Slametan: herstel van harmonie en zegenbede

Door Tascha Samuel, DWTonline 10/07/2013

In de hobbelige Libanonweg woont de 87-jarige Toekimin Redjopawiro, die om vergiffenis (ngapuroh) wil vragen namens zijn vader Toekiran, voor begane zonden. Door handelingen gepleegd in het verleden is er een trauma ontstaan die zorgt voor het verstoren van de harmonie (rukon). Een slametan is een goddienstige bijeenkomst die voor verschillende doeleinden wordt gehouden.

Familieleden vouwen de bladeren op waarin het eten is geplaatst.Iedereen schijnt te weten hoe het moet om een mooi bakje te maken, waarin alle eten past.

Buitengewoon formeel Javaans

het gebedsmoment is heel emotionel voor Bepak Toekimin en hij laat zijn tranen dan ook de vrije loop. Hij denkt terug aan de harde tijden van vroeger en het verzoek van zijn vader, waaraan hij nu eindelijk met deze slametan een punt achter het verleden kan zetten.

Onder het zinken dak waaronder stoelen zijn geplaatst, hebben familieleden plaatsgenomen. Er wordt zacht gepraat in afwachting van het moment waarop de slametan kan beginnen. De kaum (geestelijke voorgangers in het Javanisme) zitten op een rij. Gekleed in zwart met op hun hoofd het typische hoofddeksel van de Javanisten. Die dragen elk de typerende ”hoed” genaamd blangkon. Het hoofddeksel heeft een bolle vorm en past precies om het hoofd en ze zijn allemaal verschillend van vorm en stof. De basis is zwart met een andere ”Javaanse stof”. “De diverse hoeden geven de verschillende plaatsen aan waar men vandaan komt zoals de hindoeïstische blangkon uit Djokyakarta, die verschilt met die uit Soloh, Sudan of van Bali”, legt zoon Edward Redjokromo uit. “De taal die gebezigd wordt bij een slametan is heel respectvol. Zeker in deze zaak waar het gaat om het verzoeken van vergiffenis en herstel van harmonie. De taal is diep Javaans en buitengewoon formeel.”

Symbolische betekenis

Bepak Toekimin kijkt lachend en tevreden toe terwijl zijn zoon Edward de vele porties opschept voor familieleden om mee te nemen.

Net voordat de dienst start, wordt er op een tafel tal van voedingswaren geplaatst. Alles heeft haar eigen symbolische betekenis. Enorme bakken met witte en gele rijst, waarop een bruine en een gele gebakken hele kip ligt. Maar ook een glas water waarin jasmijnbloemen zijn gedaan. Een blad met daarin gekookte zoete aardappelen en een bak met snoepjes. Sroendeng en Goedangan (kokos gerechten) en een mooie rijpe bos bacoven. De witte rijst symboliseert een heldere weg die men op wil gaan. De geroosterde kippen zijn een beeld van mannelijk en vrouwelijke harmonie. Bacoven staan voor vruchtbaarheid en een goed leven. Water is het teken voor leven en de jasmijn erin staan voor voorspoed in het leven. Kokos staat voor standvastigheid en vruchtbaarheid. Al dit eten wordt later uitgedeeld. Iedereen krijgt driebladeren die op een speciale manier worden gevouwen zodat er een soort bakje ontstaat. Bamie, gekookte pinda”s, gekruide aardappelen, visballetjes en peyeh worden toegevoegd aan de enorme hoeveelheid eten.

Verleden los laten
De dienst start allereerst met het groeten van alle aanwezigen.

Bepak Toekimin Redjopawiro loopt met licht gebogen hoofd naar de tafel waar de geestelijken zitten. Op nederige toon doet hij zijn verzoek. “Hij heeft al gevraagd maar protocollair om het zo te noemen, moet hij weer vragen. Daarna gaat hij uitgebreid het probleem voorhouden aan de geestelijken en hen vragen te bidden voor het probleem”, licht Edward zacht fluisterend toe. Iedereen zit eerbiedig te luisteren. De mannelijke familieleden hebben aan een andere tafel naast de geestelijken plaatsgenomen. De kaum neemt de gegevens van Bepak Toekimin op, en die van zijn grootvader. Hij ontsteekt een hoopje wierookbladeren en al gauw verspreidt de zachte geur zich onder de tent. Zachtjes nauwelijks hoorbaar doet hij een gebed. Bepak Toekimin begint zachtjes te huilen. De tranen stromen over zijn wangen, die hij rustig afveegt. Hij schaamt zich er niet voor en is blij dat hij dit eindelijk kan doen. “Het was tijd. Het zal hem genoegdoening schenken”, meent zijn andere zoon Kenneth. “Het is de tijd om alle verdriet en pijn van het verleden los te laten.”

Serene vrede en rust
Een andere geestelijke gaat daarna luidpratend weer in gebed. Het praten heeft een zangerige toon en klinkt inderdaad een stuk anders dan het gewone Javaans. Het gebed wordt op gezette tijden ondersteund door het gezamenlijk uitroepen van ”ngih” of ”amin” wat ”het zij zo” betekent. Er wordt gebeden voor vergiffenis, herstel, zegen en voorspoed. Na het officiële gedeelte lijkt het alsof op commando de mannen beginnen te werken. Ze hebben allemaal hun taak en al gauw vult de tent zich met de geur van smakelijk eten. Soft wordt ingeschonken, snacks verdeeld en we worden plotseling opgeschrikt door het klinken van een paar korte pagara salvo”s. Dat maakt de plechtige sfeer in een keer tot een vrolijke, want iedereen is geschrokken en lacht. Maar ook het gezicht van Bepak Toekimin is veranderd. De blik en glimlach op zijn gezicht is er een van serene vrede en rust. “Mi breyti en verdrietig tegelijk,” zegt hij niet nader verklarend met gesloten ogen. Hij zucht diep en neemt een slokje cola.

Gado Blessie
Bepak Toekimin heeft 26 jaar bij Suralco gewerkt. Zijn Nederlands is slecht en verrassend genoeg is zijn Engels veel beter. “Mi no sabi fa, ma a engels doro fu wroko toch”, geeft hij met trots aan. Hij heeft zich opgewerkt van exploratie medewerker tot chauffeur en heeft een huis kunnen bouwen voor zijn gezin bestaande uit zijn echtgenote, zeven jongens en een dochter. Allemaal hebben minimaal de middelbare school doorlopen, een is agent van politie, Edward is een hooggeplaatste militair met een academische opleiding en een andere zoon ook afkomstig van de Universiteit is directeur bij een ministerie. Hij is heel trots op zijn kinderen die hij met de harde hand heeft opgevoed. “Op zo een dag kan je alleen blij zijn. En nanga Gado blessie dan ala sani moro boeng”, meent Bepak Toekimin, tevreden zuchtend, dat hij dit allemaal achter zich kan laten.-.

Bronvermelding: Tascha Samuel. Slametan: herstel van harmonie en zegenbede, DWTonline 10/07/2013

De ”gekke Javanen” van Suriname

Door Elske Schouten, NRC Handelsblad 08-08-2012

Iedere taxichauffeur in Jakarta aan wie ik vertel dat ik uit Nederland kom, kijkt in zijn achteruitkijkspiegel nog eens naar me. Met mijn donkere huid en bruine krullen zie ik er niet uit als de gemiddelde londo. Vaak raadt hij zelf hoe het zit. Komt mevrouw soms uit Suriname?

Alle Indonesiërs kennen Suriname, het land van mijn moeder. Alleen denken ze dat het een eiland voor de kust van Nederland is. En dat op dat eiland alleen Javanen wonen. De volgende vraag laat nooit lang op zich wachten: ,,Oh, maar dan spreek je dus Javaans?”

In Suriname wonen de Javaanse broeders, dus houden ze in Jakarta van Suriname. Op televisie worden elk jaar een stuk of wat programma”s over Suriname uitgezonden. Sommigen herinneren zich het bezoek van een Javaans-Surinaamse minister. Een bezoek dat voor enig gegniffel zorgde. Wat een grap, een minister die praat als een rijstboertje! Want het hoog-Javaans dat hoogwaardigheidsbekleders met elkaar spreken, is blijkbaar niet meegereisd met de vele Javaanse contractarbeiders die naar Suriname werden verscheept.

Op 9 augustus 1890 kwamen de eerste Javanen in Suriname aan. Arme boeren van het dichtbevolkte platteland van Java. De Nederlandse koloniale regering had hen geronseld om ze aan het werk te zetten op de plantages in Suriname, waar door de afschaffing van de slavernij gebrek aan mankracht was.

Tot 1939 zouden zo”n 30.000 Javanen de overtocht maken. Onder hen waren de ouders van de nu 69-jarige Sarmoedjie. Geboren in het Surinaamse rijstdistrict Nickerie en door toeval als enige van zijn gezin weer op Java beland. Maar de gepensioneerde kolonel uit het Indonesische leger is zijn geboorteland niet vergeten. Speciaal voor de gelegenheid spreekt hij Nederlands doorspekt met ”taki taki”, zoals hij het Surinaams noemt.

In zijn huis in Jakarta vertelt hij hoe zijn ouders rond hun zeventiende jaar waren overgehaald om naar Suriname te vertrekken. In Suriname was het leven beter, zeiden de ronselaars. Alles zou worden betaald. Eenmaal aangekomen viel het ze vies tegen, zegt Sarmoedjie. ,,Het werk was heel zwaar en het was verplicht. Hier in Indonesië werkten ze lang niet zo hard.” Bovendien keken creolen en Hindoestanen, die al langer in Suriname woonden, op hen neer. Lau-lau Japanesi, werden ze genoemd. Gekke Javanen.

Na vijf jaar contractarbeid zou Nederland de terugreis betalen. Zo”n 7.500 arbeiders besloten dat ze wilden terugkeren. Maar de werkelijkheid was anders, zegt Sarmoedjie. Gezinnen die terug wilden, moesten eindeloos wachten op een plek op de boot. Wie zich daarentegen permanent in Suriname vestigde, kreeg een premie van 100 Surinaamse gulden. Veel Javanen voelden zich gedwongen om dat aanbod te accepteren; Sarmoedjie vermoedt dat het zo ook met zijn ouders is gegaan.

Maar de heimwee bleef knagen. Dus toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, maakten vele Javanen zich op voor een terugkeer. Sarmoedjie ging in 1954 mee op de eerste boot, de Langkoeas, samen met zijn pleegvader; als achtste van tien kinderen was hij weggegeven aan een kinderloos echtpaar, zoals nog altijd vaak gebeurt op Java. Zijn echte ouders en broers en zussen, met wie hij nauw contact had, zouden op de volgende boot stappen.

Terwijl de toen 11-jarige Sarmoedjie genoot van de lange reis, wist hij nog niet dat die volgende boot er nooit zou komen. Door het conflict van Nederland en Indonesië over Nieuw-Guinea en door een gebrek aan financiële middelen is de verwachte massale terugkeer er nooit van gekomen, weet hij nu. De ruim duizend passagiers van de Langkoeas zouden de enige officiële remigranten blijven.

Bovendien kregen bijna alle repatrianten spijt van hun terugkeer. Ook Sarmoedjies pleegvader. De regering van Soekarno wilde hun op het dichtbevolkte Java geen grond geven. Ze kwamen terecht in het dorp Tongar op Sumatra, tussen de Minangkabau, met een volslagen andere cultuur. Sarmoedjie herinnert zich hoe zijn pleegvader in Suriname een houten huis en tientallen geiten had. Hun huisje in Tongar was van bamboe. Voor de velden waar ze groente zouden verbouwen moesten de Surinaamse Javanen zelf het bos omkappen.

Nog altijd wonen in Tongar enkele tientallen Surinaamse Javanen en hun nazaten. Anderen, zoals Sarmoedjie, zijn over de archipel verspreid. Door hard te werken wist Sarmoedjie op te klimmen tot kolonel. Hij heeft het gemaakt, vindt hij. Voor zijn drie kinderen heeft hij huizen kunnen kopen. ,,Nu denk ik: gelukkig ben ik teruggegaan. Anders was ik misschien nog een boer in Nickerie.”

Twee jaar geleden bezocht Sarmoedjie voor het eerst weer zijn geboorteland en werd hij herenigd met zijn broers en zussen. Een Indonesische televisieploeg legde de ”thuiskomst” vast. Een halfjaar later vierde Sarmoedjie zijn 68-jarige verjaardag in Paramaribo. Hij laat een dvd zien van hoe hij feestte, te midden van stoere neefjes en schaars geklede nichtjes. ,,Er werd gedanst en cabaret gespeeld tot en met bam”, geniet hij nog na. En dat terwijl Javanen op feestjes niet dansen.

Het was niet het enige verschil tussen Sarmoedjie en zijn Surinaamse familie. Aanvankelijk schrok hij van de onbeleefdheid van zijn jonge familieleden. Ze raakten zomaar zijn hoofd aan. Begonnen met eten zonder te wachten tot de ouderen klaar waren. En ze praatten zo hard. ,,Dat komt misschien door hun omgeving, want de negers hebben een heel harde stem.”

Sarmoedjie heeft Suriname inmiddels weer omarmd. In oktober hoopt hij het weer te bezoeken, dit keer met een handelsmissie. Hij hij een grote doos dodol tevoorschijn: plakkerig snoep gemaakt van kokosmelk en rijstebloem. Voor de export naar Suriname. En dat is nog maar het begin. Hij ziet ook een markt voor leren jassen, schoenen, kunstmest, batik en zonnecellen.

Bovendien hebben ze in Suriname mankracht nodig, zegt hij, want het land heeft veel te weinig inwoners. ,,Ik wil er mensen naartoe brengen om op de palmolieplantages te werken.” Tijdelijke contracten van een paar jaar. Al mogen de werklui natuurlijk ook blijven, als ze dat willen.

Javanen: van Nederlands-Indië naar Suriname

De eerste Javanen uit Nederlands-Indië kwamen in 1890 naar Suriname. De Nederlandsche Handel Maatschappij (voorloper van ABN Amro) had in dat jaar toestemming van de koloniale autoriteiten gekregen om 94 contactanten op de plantage Mariënburg in district Commewijne te werk te stellen. De immigratie van contractanten werd noodzakelijk geacht omdat de Surinaamse plantages door de afschaffing van de slavernij niet over voldoende werkkrachten konden beschikken.

De Nederlandse regering had de immigratie van Javanen mogelijk gemaakt om niet langer afhankelijk te zijn van de Britse autoriteiten, die zeggenschap hadden over de migratie uit Brits-Indië.

Tussen 1890 en 1939 werden 32.956 Javanen in Suriname aangevoerd. Aanvankelijk ongehuwde mannen, want dat was voor plantagehouders het goedkoopst. Bijna een kwart van de Javaanse contractanten maakte gebruik van het recht om na de contractperiode van vijf jaar naar Java terug te keren.

Het recht op terugkeer was na de Tweede Wereldoorlog voor Javanen een belangrijk motief om zich politiek te organiseren. De Indonesische onafhankelijkheidsstrijd had hun politieke bewustzijn aangejaagd.

In 1954 keerden zo”n duizend Javanen per schip naar Indonesië terug. De remigratie van Javanen stopte daarna door de slechte relatie tussen Nederland en Indonesië. Bovendien hadden Javanen in Suriname inmiddels de Nederlandse nationaliteit gekregen.

Bronvermelding: Elske Schouten. De ‘gekke Javanen’ van Suriname, NRC Handelsblad 8 augustus 2012, Section: Het Grote Verhaal.

Onderzoek naar moslim- en christenmigranten in Nederland

Jennifer Vos van de de Radboud Universiteit in Nijmegen is op zoek naar Surinaamse en Indonesische moslims en christenen in Den Haag. Meer informatie over haar onderzoek leest u hieronder. Mocht u interesse hebben, dan is zij te bereiken via onderstaand e-mailadres.

Hallo, mijn naam is Jennifer Vos en ik ben onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ik werk aan een promotie-onderzoek naar moslim- en christenmigranten in Nederland. Voor dit onderzoek ben ik op zoek naar Surinaamse en Indonesische moslims en christenen in Den Haag. De groep Javaanse Surinamers is natuurlijk extra interessant omdat Javaanse-Surinamers zowel Javaanse als Surinaamse roots hebben. Ik ben op zoek naar (Javaans-)Surinaamse christenen en moslims die iets willen vertellen over hoe het is om in Nederland als (Javaans-Surinaamse) moslim/christen te leven.

Als het u wat lijkt, zou ik u dan een keer mogen interviewen?
U kunt contact met mij opnemen via het e-mailadres:j.vos@nim.ru.nl

OPROEP !!!! SPOORZOEKERS GEVRAAGD

STICHJI lanceert binnenkort een nieuw project onder de naam ‘Javanen in de Nederlandse polder’. Voor dit project hebben wij spoorzoekers nodig. Ben je geïnteresseerd om mee te doen als spoorzoeker, geef je dan op door een mail te sturen naar stichji@yahoo.com of door een bericht te plaatsen op onze Facebookpagina facebook.com/STICHJI. Ken je iemand anders die geïnteresseerd is? Stuur dit dan s.v.p. door.

Wat houdt het project in?
Het project is een erfgoed project, waarin wij op zoek gaan naar materiële en immateriële sporen die herinneren aan de vestiging en inburgering van Javaanse Surinamers in lokaties in Nederland waar grote concentraties van Javaanse Surinamers wonen.

Wat zijn materiële- en immateriële sporen?
In dit project verstaan wij onder materiële sporen, alle dingen (gebouwen, voorwerpen, documenten, foto’s, enz.) die wijzen op de aanwezigheid en activiteiten van Javanen. De immateriële sporen zijn de verhalen van personen die veel over de materiële sporen kunnen vertellen.

Waarom doen wij dit project?
Erfgoed is simpel gezegd alles wat wij willen bewaren en tonen aan mensen die na ons leven. Wij leggen dat erfgoed vast en wij bewaren het omdat wij vinden dat het waardevolle dingen zijn en omdat ze iets vertellen over ons en onze voorouders.

Wereldwijd bestaat het besef dat het vastleggen van erfgoed belangrijk is. Een recent voorbeeld komt uit China. Daar wordt momenteel verwoede pogingen gedaan om historische foto’s die zijn vernietigd tijdens de Culturele Revolutie (opnieuw) te verzamelen. De zoektocht leidt naar bronnen in het buitenland omdat in China zelf weinig te vinden is.

http://www.bbc.co.uk/news/magazine-18784990

Een voorbeeld dat dichter bij ons staat, is het werk aan de realisatie van de database van Javaanse, Chinese en Hindoestaanse contractarbeiders. Deze zou niet tot stand gekomen zijn als de oude immigratie archieven die al deels vernietigd waren niet zouden zijn gedigitaliseerd. Wij wisten niet eens van het bestaan af van deze archieven en zijn heel erg dankbaar dat ze zijn bewaard en voor ons toegankelijk zijn gemaakt.

Wij zijn van mening dat de sporen van het Javaans erfgoed in Nederland moeten worden vastgelegd en bewaard in archieven zodat ze niet verloren gaan en kunnen worden geraadpleegd door generaties na ons. Veel van deze sporen zijn bij mensen thuis te vinden, bijvoorbeeld in persoonlijke fotoalbums. Mensen leggen gebeurtenissen fotografisch voor zichzelf vast, zonder te beseffen dat de foto’s ook historische waarde hebben. Zo ook hebben Javaanse organisaties fotoarchieven en documenten die iets zeggen over een belangrijk initiatief, bijvoorbeeld de bouw van een zorgvoorziening voor ouderen of een woongemeenschap. Niet alleen deze tastbare ‘bewijzen’ zijn belangrijk; ook de verhalen die mensen bij de foto’s kunnen vertellen zijn veel waard.Javanen1En er is haast geboden. De tijd dringt omdat mensen niet het eeuwig leven hebben. Er zijn inmiddels veel personen gestorven die een belangrijke bron van informatie zouden zijn geweest voor dit project. En zoals zij het graf in gaan, gaan de sporen letterlijk met hun het graf in. Daarom is het nodig dat het verzamelde materiaal niet bewaard wordt bij mensen thuis, maar in de archieven van instellingen die de taak hebben om materiaal over erfgoed en geschiedenis te bewaren, bijvoorbeeld de gemeentearchieven of het Nationaal Archief. Zo wordt het materiaal toegankelijk gemaakt voor een groter publiek en voor algemene doeleinden.

Waar wordt het project uitgevoerd?
Wij hebben het voornemen om in de komende jaren sporen te verzamelen in lokaties waar veel Javanen wonen. Deze zijn: Delfzijl, Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Amsterdam, Almere, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Sint Michielsgestel.

Hiervoor is geld nodig en dat hebben wij helaas niet voor alle lokaties via subsidies kunnen verzekeren. Wel is het mogelijk om met de subsidie van Fonds 1818 en met STICHJI’s eigen middelen te beginnen met twee lokaties, te weten Sint Michielsgestel en Den Haag. Wij hopen met de resultaten van deze twee lokaties, de subsidiegevers te overtuigen tot financiering van de overige lokaties.

Hoe lang duurt het project?
Het project loopt van November 2012 tot Augustus 2014. In 2013 zullen wij bij 123-jaar Javaanse immigratie een evenement organiseren om het publiek te informeren over de tussentijdse resultaten. In 2014 worden de eindresultaten gepresenteerd in samenwerking met de partner-archieven en het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten.

Wat doen wij met de verzamelde sporen en met wie werken wij samen?
De sporen die worden verzameld worden vastgelegd en in bewaring gesteld bij archieven. In het geval van Sint Michielsgestel hebben wij al contact met het Brabants Historisch Informatie Centrum. Het BHIC heeft in haar archieven foto’s van de bouw van Nieuw-Beekvliet en is geïnteresseerd in een samenwerking. Voor Den Haag hebben wij het voornemen om samen te werken met het Haags Gemeentearchief.

De informatie over wat er is verzameld en waar het materiaal te vinden is, wordt toegankelijk gemaakt via de website www.javanenindiaspora.nl en van het nationaal project Vijf Eeuwen Migratie. Dit project en de website www.vijfeeuwenmigratie.nl wordt beheerd door het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM). Het CGM is een belangrijke partner die voor ons de training van spoorzoekers zal verzorgen.

In dit project is de samenwerking met lokale Javaanse organisaties, in dit geval stichting Rachmatullah Islam, stichting Rukun Budi Utama e.a. Javaanse stichtingen in Den Haag, hun vrijwilligers en met personen die zich op persoonlijk titel willen inzetten uitermate belangrijk.

Wat moeten spoorzoekers doen en wat houdt de training in?
Voor het project hebben wij vrijwilligers nodig die tegen een vergoeding bereid zijn om te helpen bij het verzamelen van het materiaal. Hoe de verzameling wordt georganiseerd en wat moet worden verzameld, wordt uitgelegd tijdens een trainingbijeenkomst op 9 december 2012. De training duurt een dag en wordt gegeven door Hanneke Verbeek. Zij is verbonden aan het CGM en heeft meegewerkt aan projecten die dezelfde doelstelling hebben. De training zal plaatsvinden in Sint Michielsgestel.

Hariëtte Mingoen, voorzitter STICHJI.

Dawet

Dawet is voor zover ik weet de enige drank in de Surinaamse keuken die uit Javaanse hoek komt. De origine van de drank ligt in Indonesië, waar het bekend staat als cendol.

Een beetje verwarrend eigenlijk, want het woord cendol wordt door de Javanen gebruikt om de glibberige ”wormpjes” of ”slierten” in de drank aan te duiden.

Dawet, zoals ik het uit mijn jeugd in Suriname kende, bestond uit: 1. versgeperste kokosmelk, 2. de cendol, dat zijn de glibberige ”wormpjes”of ”korte slierten” die ontstaan door een dik papje van maizena of rijstmeel door een zeef (met grote gaten) te halen, en 3. stroop gekookt van suiker, water en veel sereh (citroengras). Het laatste geeft, samen met de kokosmelk, aan de drank een kenmerkende geur en smaak. Het papje voor de cendol werd niet persé gekleurd. Als het werd gekleurd, dan gebeurde dat meestal met een zacht rode kleur. De drank krijgt een ietwat bruine kleur, als de stroop is gemaakt van bruine suiker. Bij het serveren, werden alle ingrediënten met elkaar gemengd en gekoeld met ijsblokjes.

De Indonesische cendol is samengesteld uit: kokosmelk; groen gekleurde glibberige ”wormpjes”of ”sliertjes”, die behalve van rijstmeel ook wel worden gemaakt van sagomeel, tapiocameel en hunkweemeel of een mengsel van deze verschillende meelsoorten. De groene kleur komt van de pandan extract die aan het papje wordt toegevoegd. De donkere stroop wordt gemaakt van gula jawa. De gula jawa en de pandan smaak geven de drank de aroma en smaak. In tegenstelling tot de Surinaamse dawet, wordt bij het opdienen niet alles met elkaar gemengd. In een glas wordt eerst een laag gula jawa stroop gegoten, dan de glibberige wormpjes of slierten, een laagje geschaafd ijs en als laatste de kokosmelk. (zie foto).

Op het internet zijn recepten van dawet te vinden. Daar staat vaak bij wat het verschil is tussen de Surinaamse dawet en de Indonesische cendol. Ik gruwel om bij de beschrijving van de Surinaamse variant te lezen dat de ”wormpjes”/”sliertjes” kunnen worden weggelaten, of dat rood gekleurde klaargemaakte stroop of essence wordt voorgeschreven in plaats van sereh. Recepten als deze gaan voorbij aan de specifieke smaak en geneeskrachtige kwaliteiten van citroengras, waar onze voorouders wel bewust van waren geweest. Hoewel het mij ergert, weerspiegelen de aangeboden recepten wel de Surinaamse realiteit. Dawet in Suriname is niet meer zoals het vroeger was. In het allerergste geval, dat mij is overkomen heb ik een mix gehad van kokosmelk en rode siroop, zonder cendol. De drank smaakte bovendien alsof er geen kokosmelk was gebruikt, maar gecondenseerde melk aangelengd met water. Aanpassing van recepten is een normaal fenomeen in de wereld. Meestal resulteert dat in verbeterde, vernieuwende, verrassende culinaire creaties. In het geval van de dawet is er in Suriname geen sprake van verbetering, eerder een ontkrachting. Er zullen ongetwijfeld nog Javanen zijn die dawet op de originele manier klaarmaken, maar veelal voor eigen consumptie thuis en niet voor de verkoop.

In Nederland zie ik dat de Javanen in plaats van cendol, ook wel de fijne ronde tapiocabolletjes gebruiken die in de toko”s worden verkocht. Dat zijn bolletjes die uit Thailand worden geïmporteerd, waar het een ingrediënt is voor een toetje. Dit is immers veel makkelijker dan het maken van de tijdrovende wormpjes. Ook gebruiken de Javanen rode rozensiroop in plaats van stroop getrokken van sereh. Er wordt ook gebruik gemaakt van gula jawa, die in Nederland gemakkelijk te verkrijgen is in toko”s. Raspen en persen van kokosmelk wordt ook niet meer gedaan. Daarvoor in de plaats worden de pakjes kokosmelk uit Thailand, Maleisië of Indonesië gebruikt, ook van de toko. Variaties op de cendol, bestaat uit het toevoegen van stukjes agar-agar of stukjes jonge kokos of stukjes nangka. Deze variaties zijn geïnspireerd door de ijsjes/toetjes die in Indonesië worden verkocht zoals es teler of es campur.

In Suriname zijn deze producten tegenwoordig ook, veel meer dan enkele jaren geleden, in de supermarkten te krijgen. Wat dat betreft is er veel veranderd. Of de kwaliteit van de Surinaamse dawet hierdoor zal verbeteren, valt nog te bezien.

Hariëtte Mingoen

De veelzijdige banaan

Van de banaan, in het Javaans gedhang; in het Indonesisch pisang, kennen wij in Nederland slechts één soort. Dat zijn de gele bananen die als fruit wordt verkocht in de supermarkets. In werkelijkheid bestaan er veel soorten bananen. Niet allemaal zijn ze geschikt om als vrucht zo uit de vuist te eten. Sommige soorten moeten eerst gekookt, geroosterd of gebakken worden. Ik ben opgegroeid in het district Commewijne. Mijn ouderlijk huis werd omgeven door fruitbomen, waaronder bananenbomen. Ik herinner me nog de namen die mijn ouders gebruikten voor de variëteiten die wij hadden in de tuin: gedhang kepok, gedhang kepok awu, gedhang raja, gedhang apra, gedhang mas, gedhang ingi, gedhang klutuk, gedhang saleh en mogelijk nog meer…. Helaas weet ik niet of deze variëteiten nog te krijgen zijn in Suriname.

Enkele van deze bananensoorten moest worden gekookt of gebakken. In mijn herinnering waren dat de gedhang kepok en de gedhang kepok awu, evenals de banaan (gedhang tanduk of pisang tanduk) die in de Surinaamse keuken wordt gebruikt om griti bana, ceriping (bananenchips) en gedhang goreng (baka bana) te maken. Mijn moeder maakte van deze bananen ook kolak (een zoet gerecht, eigenlijk een dessert van bananen gekookt in kokosmelk en suiker). Ook maakte ze ‘banana bread’ die zij ‘blockmout’ noemde. Waar ze deze naam vandaan heeft, is mij nog steeds een raadsel. Wij smulden altijd van het bananenbrood die zij bakte in haar geïmproviseerde oven, op een angklo, toegedekt met het deksel van een ton, waarop brandend houtskool werd gelegd. Ook maakte ze weleens groene bana als groente klaar.

Er is volgens mij geen andere vrucht zo veelzijdig als de banaan. Niet alleen de vrucht maar de hele plant is nuttig voor de mens. Een banaan bevat zo’n 125 calorieën. Een beetje veel voor mensen die willen afvallen. Daarentegen bevat de banaan veel mineralen en vitaminen die goed zijn voor het lichaam.

Mangaan is een spoorelement dat helpt bij de vorming botten en bindweefsel. Mangaan is ook betrokken voor het goed werken van bepaalde enzymen bij de stofwisseling. Een banaan geeft ongeveer 28 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan mangaan.

Kalium zorgt voor een goede bloeddruk, spierwerking en hartslag. Ook zorgt kalium voor een goede vochtbalans in het lichaam. Een banaan geeft ongeveer 16 % van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan kalium.

Magnesium zorgt ervoor dat energiestofwisseling goed verloopt. Magnesium heb je ook nodig voor goede botten, spieren en zenuwen. Een banaan geeft ongeveer 14 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan magnesium.

Koper voor een goede opname van ijzer en de aanmaak van rode bloedcellen. Een banaan geeft ongeveer 9 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan koper.

Fosforis een mineraal dat in combinatie met calcium de botten en het gebit gezond houdt. Verder is fosfor betrokken bij de stofwisseling. Een banaan geeft ongeveer 4 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan fosfor.

IJzer is een mineraal dat een bestanddeel is van hemoglobine in het bloed. De rode bloedcellen zorgen voor zuurstoftransport en dat kan niet zonder ijzer. IJzer is een erg belangrijk mineraal! Een banaan geeft ongeveer 3 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan ijzer.

Seleen (selenium) is een spoorelement en werkt als een antioxidant. Seleen helpt de slechte vrije radicalen in je lichaam onschadelijk te maken. Seleen kan in combinatie met vitamine E, kanker, hartaandoeningen en bepaalde oogziekten helpen voorkomen. Een banaan geeft ongeveer 3 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan seleen.

Zink is een spoorelement dat je huid en haren in goede conditie houdt. Verder ondersteunt zink de werking van het immuunsysteem en behoud van een goed geheugen. Een banaan geeft je ongeveer 2 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan zink.

Calcium is nodig voor gezonde botten en een sterk gebit. Verder is calcium betrokken bij stolling van het bloed ( handig voor als je een wondje hebt) en spieren. Een banaan geeft je ongeveer 1 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan calcium.

Van Natrium heeft het lichaam slechts een kleine hoeveelheid nodig. Natrium zorgt voor een juiste waterhuishouding en bloeddruk. Natrium zit ook in het gewone tafelzout dat we in de keuken gebruiken. In een banaan zit zo weinig natrium dat het bijna niet bijdraagt aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

Fluor beschermt het gebit tegen gaatjes. Om deze eigenschap van fluor, is dit vaak toegevoegd aan tandpasta. In een banaan zit maar weinig fluor. De hoeveelheid fluor in bananen, dragen nauwelijks bij aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

Naast mineralen, bevat een banaan ook veel van de volgende vitamines.

Vitamine B6 (pyridoxine) zorgt voor een goede aansturing van de hersenen, het houdt de bloedsuikerspiegel gelijkmatig en ondersteunt het immuunsysteem. Verder speelt vitamine B6 een belangrijke rol bij de vorming van rode bloedcellen. Een banaan geeft ongeveer 34 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine B6.

Vitamine C (ascorbinezuur) is een onmisbaar vitamine voor je lichaam. Vitamine C werkt als een antioxidant. Hij versterkt het immuunsysteem en versnelt de wondgenezing. Een banaan geeft ongeveer 33 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine C.

Vitamine B9 (foliumzuur) helpt aandoeningen van het zenuwstelsel van het ongeboren kindje te voorkomen. Een banaan geeft ongeveer 11 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine B9.

Vitamine B2 (riboflavine) is belangrijk bij de stofwisseling, vooral voor de opname van koolhydraten. Vitamine B1 beschermt ook het zenuwstelsel en de opbouw van het immuunsysteem. Een banaan geeft ongeveer 10 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine B2.

Vitamine B5 (pantotheenzuur) helpt eiwitten, vetten en koolhydraten af te breken. Een banaan geeft ongeveer 8 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine B5.

Vitamine B3 (niacine) speelt een belangrijke rol bij de energiestofwisseling. Verder is deze B-vitamine goed voor een gezonde huid en zenuwstelsel. Een banaan geeft ongeveer 7 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine B3.

Vitamine B1 (thiamine) is nodig voor de energieopname en het goed functioneren van het hart en zenuwstelsel. Een banaan geeft ongeveer 5 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine B1.

Vitamine A is een in vet oplosbare vitamine. Deze vitamine bevordert het gezichtsvermogen, het immuunsysteem en is nodig voor de celgroei. Een banaan geeft ongeveer 3 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine A.

Vitamine K is een in vet oplosbare vitamine. Vitamine K bevordert de bloedstolling bij wondjes en de opbouw van het skelet. Een banaan geeft ongeveer 1 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine K.

Vitamine E (tocoferol) is een in vet oplosbare vitamine. Vitamine E werkt als een sterk antioxidant en beschermt tegen eczeem, artrose en gezichtsproblemen. Verder speelt vitamine E een belangrijke rol bij de aanmaak van rode bloedcellen. Een banaan geeft ongeveer 1 % aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan vitamine E.

Bananenbladeren zijn onontbeerlijk in de Javaanse keuken. Ze dienen als inpak materiaal, als onderlegger en bedekker van gerechten. Kokerij voor een groot feest of een slametan zijn ondenkbaar zonder bananenbladeren. Het eten dat na de inzegening wordt verdeeld onder de gasten wordt geserveerd en verpakt in bananenbladeren. Javaanse hapjes, zoals lemet, nagasari, mendot, worden gestoomd in bananenblad. Ook in de visserij wordt bij het barbakotten van vis worden bananenbladeren gebruikt.

De bloem van de banaan, ook wel ‘bananen hart’ genoemd, wordt in Suriname niet gegeten. In Azië daarentegen is het een lekkernij. In de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore, Vietnam en Thailand wordt het als groente gebruikt. Het vormt de basis voor salades en verschillende soorten curry. In Azië wordt de boom ook nuttig gebruikt voor nijverheidsproducten. De boomschors wordt gedroogd en in repen gesneden die vervolgens voor het vlechten van manden e.a. producten wordt gebruikt. Op Visserszorg waar ik woonde gebruikten de bewoners repen schors om touwen te knopen. Die kwamen van pas bij het bundelen van gras, hout of andere producten die op de fiets of op een kar werden vervoerd.

{youtube}qhHQ5IVAPQY{/youtube}

Ook de boomstam leent zich voor het maken van papier zoals blijkt uit dit filmpje uit Maleisië.

{youtube}F3hTW_aBM_I{/youtube}

Hariëtte Mingoen

Bron: www.banaangezond.nl

www.youtube.com