100 jaar oude gamelaninstrumenten

Een bezoek aan Purwo Laras, een gamelengezelschap in de wijk Desa op Lelydorp, district Wanica op 12 maart 2019

Een gedenkwaardige ontmoeting, met Pak Paimin Kartooetomo, leider van het gezelschap, Ibu Sarini, zijn echtgenote tevens pesindhen en Pak Johnny Sontotenojo, dalang. Hier slechts enkele van de vele wetenswaardigheden die ik genoteerd heb.

Purwo Laras (purwo = kiem, oorsprong, begin; laras = toon, klank, geluid), een gamelangezelschap in Desa, op Lelydorp. .

De instrumenten van Purwo Laras zijn minstens 100 jaar oud. Ze waren er al in de tijd dat de grootvader van Pak Paimin nog in leven was. De bekisting is al eens vernieuwd, maar de platen zijn origineel. Helaas weet Pak Paimin niet of zijn grootvader de instrumenten zelf gemaakt heeft. Zijn vader heeft ze geërfd en zo zijn ze in handen gekomen van Pak Paimin. De instrumenten zijn veilig gesteld omdat deze drie generatie mannen, dezelfde passie hebben voor de gamelan. Gelukkig maar, want zo vanzelfsprekend als het bij hen in is gegaan, is het niet. Het kon ook in handen zijn gekomen van anderen. Minder erg vindt Pak Paimin, als ze bij gamelanliefhebbers terecht zouden zijn gekomen en actief worden bespeeld. Van de gedachte dat ze nu ergens verwaarloosd zouden staan, huivert hij. Behalve de gamelan heeft Pak Paimin een kist met een collectie wayang kulit figuren geërfd. Zijn inschatting is dat overal in Suriname wel 100 sets gamelaninstrumenten bij mensen thuis te vinden zijn, de meeste mogelijk verwaarloosd. In Desa, een wijk in het resort Lelydorp, is zijn groep Purwo Laras actief.

Dalang Johnny Sontotenojo vertelt dat hij in 2013/2014, samen met Eddy Sailan en Legimin Modiwirjo lessen van Joko Sarwono, een dalang uit Indonesië. Deze dalang werd naar Suriname gehaald door Salam Somohardjo. Hij zou slechts vier maanden in Suriname verblijven, maar het werden er acht, volgens Pak Johnny. Het was nodig. Vier maanden waren te kort om de vaardigheden te leren. Zo zijn de drie nu actief, samen met Purwo Laras, en hoewel Pak Johnny zelf van mening is dat hij nog niet volleerd is, moet volgens hem de info, verspreid op social media en in de kranten, dat Pak Sapto de enige dalang is in Suriname, worden bijgesteld.

Hariëtte Mingoen


Gamelan dreigt verloren te gaan

Informatie ontleend aan een bezoek aan Bapak Henny Kaseran, op 24 februari 2019

Bapak Henny Kaseran is meervoudig beoefenaar van cultureel erfgoed. Hij danst traditionele Javaanse dansen; hij vlecht (met bamboe) manden en de Jarans (paarden) voor de Jaran Kepang; hij maakt en bespeelt gamelan instrumenten en hij weet veel over Javaanse tradities. Door het Tropenmuseum is hij gevraagd om een kempli (klein gamelaninstrument dat gebruikt wordt bij de Jaran Kepang) en twee Jarans te maken voor de tentoonstelling ‘Sabi Suriname’.

Ik heb om een onderhoud met Henny Kaseran gevraagd omdat ik mij door hem wil laten informeren over de ontwikkelingen in Suriname. Dit omdat in Nederland het voornemen bestaat om de Surinaams Javaanse gamelan voor te dragen voor de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland en de info als achtergrond belangrijk is.

De informatie die Pak Kaseran gaf, heeft mij doen beseffen dat de gamelan in Suriname, veel urgenter dan in Nederland, in een staat verkeert van ernstig bedreigd erfgoed. Volgens Pak Henny, zijn er geen gamelangroepen meer in Nickerie en Saramacca. In Saramacca is er een set van instrumenten, maar er zijn geen spelers. In Commewijne is er een gezelschap op Jagtlust, specifiek voor Jaran Kepang. Op Mariënburg is een set instrumenten aanwezig, maar er is niemand die ze kan bespelen. Op hem is een beroep gedaan om daar les te geven. Op Tamanredjo is er wel een groep, voornamelijk gelegenheidsspelers die al op leeftijd zijn. Op Blauwgrond, is zijn gamelangezelschap Bangun Wirama actief. Tenslotte is er een groep in Desa, op Lelydorp.

Houden wij deze info tegen het licht van de cijfers in R. Harrie Djojowikromo’s publicatie ‘Het ontstaan van de Javaans-Surinaamse gamelaninstrumenten en -cultuur, Zoetermeer, juli 2011’, dan is er anno 2019 zeer weinig, bijna niets meer over van de gamelanbedrijvigheid in Suriname. Het globale beeld dat Harrie schetst vanaf 1914, ziet er als volgt uit:
1914-1918: 4-6 ensembles, op plantage Zoelen tot Wederzorg en Johan Margaretha
1918-1930: 15-20 ensembles op meerdere plantages in het district Commewijne
1930-1960: circa 90 – 95 ensembles, nagenoeg op alle plantages in Commewijne, Moengo, Paramaribo, Clevia, Kwatta, Leiding, districten Suriname, Saramacca, Coronie en Nickerie.
1960-1980: circa 50-60 ensembles, min of meer op dezelfde plaatsen. Er is een afnemende trend.
1980-1990: 12 actieve ensembles en 4 op afroep: op Meerzorg, Moengo, Tamanredjo, Lelydorp, Saramacca, Blauwgrond, Mariënburg, Nickerie, Domburg en Dijkveld.
1990-2002: 8 actieve ensembles en 4 op afroep, plaatsen idem als voorgaande periode
2002-2008: 8 actieve gamelanensembles, plaatsen als in 1980-1990.
Hoewel de info over de vroegste periode van 1914-1960 gebaseerd is op herinneringen van personen met wie Harrie Djojowikromo gesproken heeft en niet op vastgelegde bronnen, mogen wij aannemen dat de info een, bij beleving, representatief beeld geeft. Eind jaren 50, beginjaren 60 was Harrie oud genoeg om zijn waarnemingen te noteren en te verifiëren en het beeld dat hij schetst vanaf 1960 mogen wij als accuraat beschouwen.

Gaan wij af op de info van Henny Kaseran, dan zijn er momenteel slechts enkele, op de tien vingers te tellen, actieve groepen in Suriname op een totale populatie van ca. 75.000 Javanen. Tijdens een consultatie met gamelangroepen op 9 december 2018 heeft STICHJI genoteerd dat in Nederland 8 gamelangroepen actief zijn: in Delfzijl (1), Hoogezand (1), Amsterdam (2), Rotterdam (2) en Den Haag (2). Onder de populatie van ca. 22.000 personen van Javaans-Surinaamse afkomst in Nederland (CBS 2011) zijn er dus meer gamelangroepen in Nederland actief dan in Suriname.
Pak Henny Kaseran is volgens zijn zeggen, in Suriname de enige maker van gamelaninstrumenten. In Nederland zijn volgens nog onbevestigde bronnen twee personen die de kennis en vaardigheden hebben om de instrumenten te maken. Of ze daadwerkelijk instrumenten hebben gemaakt en nog maken moet ik gaan uitzoeken.

Conclusie: In zowel Suriname als in Nederland dreigt de gamelan van Surinaamse Javanen verloren te gaan. In Suriname is het ernstig bedreigd erfgoed. In Nederland is de dreiging ernstig genoeg om het als bedreigd levend erfgoed aan te merken. Met het verloren gaan van de gamelan, gaan andere kunstvormen verloren : zonder gamelan geen wayang kulit (schimmen poppenspel); zonder gamelan geen traditionele dansen, zonder gamelan geen ludruk (volkstoneel), zonder gamelan geen jaran kepang (paardendans), zonder gamelan geen tembang parikan (dichtvorm)…enz.

 

Ik heb veel van Pak Kaseran gehoord, maar dit volstaat om de alarmbellen te luiden.

Hariëtte Mingoen

 

Twee seniore gamelanmeesters

Twee senioren. De een in Suriname en de ander in Nederland. De passie voor gamelan hebben zij met elkaar gemeen.

Bapak Sarmin Kartowongso (84 jaar) begon op zijn 22-ste uit interesse met gamelanlessen. Daarna wist hij niet van ophouden. Met wel 20 actieve mannen en vrouwen van Tamanredjo, vormde hij een dansgroep en ze organiseerden Andé-Andé Lumut (uit de Panji verhalen) voorstellingen. Nu is er niets meer op Tamanredjo. Leden van de groep zijn reeds overleden, of geëmigreerd naar andere plaatsen in Suriname en naar Nederland. Jonge mensen die ze hebben opgeleid, houden ermee op als ze huwen en een gezin beginnen. Zijn gamelaninstrumenten heeft hij opgeslagen in een moskee. Op zijn leeftijd beweegt hij zich nog uitstekend, maar hij heeft last van kortademigheid. Bijzonder is dat Pak Sarmin analfabeet is. Hij heeft vroeger iemand bereid gevonden om op te schrijven wat hij uit zijn hoofd kende en liet vastleggen voor gebruik door anderen. Zijn map met losse blaadjes laat hij mij zien. Met zijn toestemming neem ik het door en maak ik enkele foto’s. Zijn reeds overleden echtgenote vond dat hij rommel bewaarde en gooide veel van de geschreven stukken weg. Jammer. Wij beseffen nog steeds niet de noodzaak en het belang van bewaren. En dan laat hij mij ook nog zien wat hij bewaard heeft van de hoofdtooien van de dansers. ‘Tamanredjo huilt’ zegt hij. Er is hier niets meer te beleven. Ouderen kennen geen dagbesteding en hebben geen vertier. Jongeren vinden hun weg naar Paramaribo en laten niet blijken dat ze interesse hebben in gamelan en andere traditionele kunsten. Pencak Silat, spreekt jongeren wel aan en dat wordt nog gedaan op Tamanredjo.

 

Pak Mariman Mangoendirjo (83) begon op zijn 12-de gamelan te spelen. Dat kreeg hij van zijn vader mee, niet alleen hij, maar ook zijn broers. In Suriname speelde hij bij de bekende gamelangroep Krido Suworo. In 1975 besloot hij, vóór de onafhankelijkheid van Suriname, naar Nederland te emigreren. In Groningen werd hij opgevangen in een opvangcentrum en koos hij uiteindelijk voor vestiging in Delfzijl. Hier begon hij gamelaninstrumenten te maken. Hulp kreeg hij van vrienden die bij bedrijven werkten met las faciliteiten. Kort na zijn vestiging in Delfzijl, richtte hij de vereniging Gotong Rojong op. Na 7 jaar actief te zijn, werd de vereniging in 1982 formeel geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. De vereniging doet aan jaran kepang, srimpi, campursari, andé-andé lumut en is daarmee de actiefste en meest veelzijdige Javaans- Surinaamse vereniging in Nederland. Hij is gelukkig omdat zijn kinderen vertegenwoordigd zijn in het bestuur en ook deelnemen aan de uitvoerende kunsten.

In deze tijd (Pak Mariman bezocht ik op 9 april 2019) heeft zijn vereniging Gotong Rojong het moeilijk. De bezuinigingen van het huidige gemeentebestuur treffen het welzijnswerk voor specifieke groepen en accommodaties zijn gesloten. Wij moeten uitwijken naar een andere stad dichtbij, waar wij oefenen en onze instrumenten opslaan, zegt Pak Mariman. Zijn kendang uit Suriname houdt hij bij zich thuis in de woonkamer.

Hariëtte Mingoen

* Pak Sarmin Kartowongso bezocht ik op 17 maart 2019. Hij is helaas op 31 december 2019 overleden.

Behoud Surinaams-Javaanse Gamelan

Er is reden tot grote zorg over het voortbestaan van de gamelan die in Suriname door de Javanen tot ontwikkeling is gebracht. Over deze variant van de Javaanse gamelan, hierna de ‘Surinaams-Javaanse gamelan’ genoemd, volgt hier een beschrijving over de stand van zaken. Ook wordt aangegeven welke stappen in Nederland worden genomen om bij te dragen aan het behoud.

De gamelan maakt deel uit van het muzikaal erfgoed van Indonesië. Het is in Suriname terechtgekomen door de geregisseerde migratie van voornamelijk mensen uit Java, die van Nederlands-Indië naar Suriname, in de periode 1890-1939 werden overgebracht.

Gamelan is de naam voor zowel de instrumenten als de muziek. Het Javaans woord ‘gamel’ betekent ‘slaan’ of ‘kloppen’. Het is een verzameling van 1. percussie instrumenten die bespeeld worden met een ‘tabuh’ (een knuppel, hamer of stok) of met de hand, en 2. non-percussie instrumenten, waaronder de fluit, viool en citer. In Suriname zijn de percussie instrumenten gebruikelijker dan de non-percussie instrumenten.
De gamelan is essentieel voor de beoefening van verschillende vormen van uitvoerende kunsten. Het is nodig voor de muzikale begeleiding van wayang kulit (schimmenspel met in leer gesneden poppen), wayang wong (toneel gespeeld door mensen, waaronder klassieke stukken uit de Panji verhalen, die op de UNESCO Memory of the World list staan), ludrug (ludiek volkstoneel), jaran kepang (paardendans), srimpi (traditionele Javaanse dansen), tembang (dichtkunst). Bovendien wordt gamelan gespeeld bij culturele evenementen en op feesten. Met andere woorden, als de gamelan verloren gaat, dan gaan al deze kunstvormen en uitingen van beleven en vieren ook verloren.

Geschiedenis en ontwikkeling
De geschiedenis van de gamelan in Suriname is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de contractarbeid van Javanen. In 1903 liet de Nederlandse Handels Maatschappij een set gamelaninstrumenten uit Semarang overkomen voor de arbeiders van suikerplantage Mariënburg (Hoefte, 1990: 21). Op deze suikerplantage werden de allereerste lichtingen contractarbeiders geplaatst. Dit heeft mogelijk de aanzet gegeven voor de ontwikkeling van de gamelan in Suriname.

De geïmporteerde gamelan, was erg belangrijk voor de Javanen omdat het hen in staat stelde om vormen van kunst, vertier en vermaak die ze gewend waren in het land van herkomst ook in Suriname vorm te geven. Hieraan werden zij in de Surinaamse samenleving langzamerhand herkend. Voor de versterking van hun identiteit was de gamelan erg belangrijk.
De gamelan werd nagemaakt, omdat één set instrumenten bij lange niet voldoende was. Bovendien stond de plantageleiding de gamelan spelende arbeiders van Mariënburg niet toe om zich vrij te bewegen en met de gamelan naar andere plekken te begeven. Er moest immers worden gewerkt! Voor de contractarbeiders op de andere plantages stond er niets anders op dan de instrumenten na te maken met materiaal dat ze in Suriname konden vinden.
Volgens historica Rosemarijn Hoefte (1990) van ‘roestig afvalmateriaal zoals afgekeurde spoorrails’. Antropoloog en musicoloog Gerrit Dirk van Wengen beschrijft in zijn Engelstalige publicatie ‘The cultural inheritance of the Javanese in Suriname’, de Surinaams Javaanse gamelan, waaruit blijkt dat deze unieke kenmerken heeft. Ook constateert hij dat bijna elke Javaanse nederzetting, ongeacht klein of groot, wel één en in sommige gevallen zelfs meer dan één gamelan heeft (Van Wengen, 1975: 31-34).

Bloei en terugval in Suriname
De Javaanse contractarbeiders besloten dus zelf gamelaninstrumenten te maken en er was sprake van een ware opleving en groei. Harrie Djojowikromo (2011) beschrijft in zijn publicatie ‘Het ontstaan van de Javaans-Surinaamse gamelaninstrumenten- en cultuur’, dat er sprake was van competitie in positieve zin.

Elk dorp wilde een nog mooiere gamelan maken en deden hun uiterste best om anderen te overtreffen bij hun uitvoeringen. In de jaren 30 van de vorige eeuw, de tijd van de z.g. ‘vrije immigratie’, kwamen nieuwkomers binnen met kennis van instrumenten en muziek. Iedereen had zo zijn eigen interpretatie van de muziek en elke gamelangoeroe probeerde zijn eigen stempel te drukken.

Aan de hand van herinneringen van informanten en zijn eigen waarnemingen vanaf de jaren 60, geeft Harrie Djojowikromo bij benadering, de volgende cijfers over de groei en de afnemende trend van de gamelan in Suriname.
• 1914 -1918: 5-6 ensembles in district Commewijne: plantages Zoelen tot Wederzorg en Johan Margaretha
• 1918 – 1930: 15-20 ensembles, op meerdere plantages in Commewijne
• 1930 – 1960: 90-95 ensembles, op nagenoeg alle plantages in Commewijne, Moengo, Clevia, Kwatta, Leiding, en plaatsen in de districten Suriname, Saramacca, Coronie en Nickerie
• 1980 – 1990: 12 actieve ensembles en 4 op afroep, op Meerzorg, Moengo, Tamanredjo, Lelydorp, Saramacca, Blauwgrond, Mariënburg, Nickerie, Domburg en Dijkveld
• 1990 – 2002: 8 actieve ensembles en 4 op afroep in de plaatsen zoals in periode 1980 – 1990
• 2002 – 2008: 8 actieve ensembles in de plaatsen zoals in voornoemde periode

In 2019, heeft Hariëtte Mingoen aan de hand van gesprekken met 4 gamelansleutelfiguren (3 in Suriname en 1 in Nederland) kunnen vaststellen dat nog maar zes ensembles in Suriname actief zijn. Ze zijn actief in het ressort Lelydorp in het district Wanica (2), Dijkveld (1), Blauwgrond (1) en op Moengo (1). Daarnaast zijn er Jaran Kepang groepen die hun eigen gamelan bespelen.

Gamelan in Nederland
Met de grote migratiestromen vlak voor en na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, kwamen ook Javanen mee. Mede door het spreidingsbeleid kwamen zij terecht op verschillende plekken in Nederland. Op deze plaatsen ontstonden sociaal-culturele organisaties. Door de blijvende contacten met Suriname, was het mogelijk om onderdelen voor gamelaninstrumenten te importeren en ze vervolgens in elkaar te zetten. Ook zijn er een aantal personen die de instrumenten in Nederland maakten.
Volgens Harrie Djojowikromo werd in 1970 de eerste gamelangroep in Rotterdam gevormd. Gamelangroep Bangun Mulyo van Delfzijl begon in 1975 en circa 1978 begon in Nieuw Beekvliet, gemeente Sint Michielsgestel ook een groep. Daarna kwamen gezelschappen op in Groningen, Hoogezand, Amsterdam, Den Haag en Alkmaar. De gamelangroep van Alkmaar hield in 2005 op te bestaan en de groep in Groningen werd in 2018 opgeheven.

1. Bangun Muljo in Delfzijl. Het gezelschap maakt deel uit van de Sociaal Culturele Vereniging Gotong Rojong, opgericht op 15 januari 1982.
2. Bangun Utomo in Hoogezand, opgericht in april 1993.
3. LCN 2000 in Amsterdam, opgericht in 2000
4. Slamet Budaya in Amsterdam, voornamelijk gericht op terbangan; leden spelen ook gamelan in LCN 2000
5. Waterkant in Rotterdam
6. Trisno Suworo in Rotterdam. Het gezelschap maakt deel uit van stichting Bebarengan Anggawe Rukuning Rakyat, opgericht in 1998.
7. Bangun Tresna Budaya in Den Haag, voortgekomen uit een in 1999 gevormde groep van voornamelijk seniore spelers. In 2007 is de groep onder deze naam statutair geformaliseerd.
8. Witing Klapa in Den Haag. Dit gezelschap maakt deel uit van stichting Manggar Megar, opgericht in 2004.

Wat wordt in Nederland gedaan om de gamelan te behouden?
Sinds oktober 2017 luidde Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI) de alarmbel om de aandacht te vestigen op de teloorgang van de gamelan. STICHJI organiseerde bijeenkomsten op verschillende plaatsen in Nederland – in Rotterdam, Hoogezand, Amsterdam, Delfzijl, Boxtel en Den Haag- om de Javaans-Surinaamse gemeenschap te doordringen van de ernst van de situatie.
STICHJI legde ondertussen ook contact met het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). Het voornemen om te werken aan het behoud van de gamelan werd kenbaar gemaakt. Gestreefd wordt naar bijschrijving van de gamelan op de immaterieel erfgoed inventaris die deel uitmaakt van de implementatie van het UNESCO-Verdrag ter bescherming van immaterieel erfgoed in Nederland. Bijschrijving op de inventaris verplicht immers de erfgoeddragers om het betrokken erfgoed te borgen, hetgeen mogelijk maakt om met de begeleiding van KIEN daadwerkelijk aan de bescherming van het erfgoed te werken.

Netwerk Surinaams-Javaanse Gamelan
De bewustwordingscampagnes en de consultaties met de eerder genoemde gamelangroepen hebben uiteindelijk geresulteerd in de vorming van een netwerk van beoefenaars van de gamelan in Nederland. Op 9 december 2018 was het Netwerk Surinaams-Javaanse Gamelan een feit en op 17 mei 2019 werd het netwerk officieel geregistreerd in het Netwerkregister van KIEN.

https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/page/4952/surinaams-javaanse-gamelan

Gamelan is gedeeld cultureel erfgoed
Omdat de gamelan zijn oorsprong heeft in Indonesië, vervolgens op eigenzinnige wijze is ontwikkeld in Suriname en met de migratie van Javaanse Surinamers migratie is meegenomen naar Nederland, wordt het gerekend tot gedeeld cultureel erfgoed.

https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/page/5349/immaterieel-erfgoed-als-kans-voor-het-gedeeld-cultureel

Contacten met Suriname
Hariëtte Mingoen, voorzitter STICHJI, heeft contacten gelegd met het Directoraat Cultuurstudies, de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) en beoefenaars van gamelan in Suriname om hen te informeren over de voorgenomen initiatieven in Nederland. Ook heeft zij de animo en mogelijkheden voor samenwerking en gecoördineerde interventies voor behoud van de gamelan onderzocht.

In Suriname is door de VHJI het ‘Nationaal Platform voor behoud van de Surinaams Javaanse Gamelan in Suriname’ in het leven geroepen. Het Platform werd geproclameerd op 8 augustus 2019 bij de herdenking van 129 jaar Javaanse Immigratie en stelt zich ten doel om onder andere de ontwikkeling van de Surinaams Javaanse gamelan vast te leggen, het bewustzijn te verhogen en acties te ondernemen om de kennis over te dragen, de continuïteit en beoefening van de gamelan te stimuleren en de Surinaams Javaanse gamelan te registeren op de inventarislijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van Suriname.’( bron: Facebook VHJI Sana Budaya, 9 augustus 2019).

Literatuur

Djojowikromo, Harrie R. (2011), Het ontstaan van de Javaans-Surinaamse gamelaninstrumenten- en cultuur. Zoetermeer: R.H. Djojowikromo.

Hoefte, Rosemarijn (1990), De betovering verbroken; De migratie van Javanen naar Suriname en het Rapport-Van Vleuten (1909). Leiden: Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde /Dordrecht: Foris Publications, Caribbean Series 12.

Wengen, G.D. van (1975), The cultural inheritance of the Javanese in Surinam. Leiden: E. J. Brill, Mededelingen van het Rijksmuseum voor Volkenkunde 19.