Bosari te zien in Nieuw Land

Van 26 november tot en met 15 december zijn de werken van kunstenaar Robert Bosari te zien in het Nieuw Land Erfgoed Museum in Lelystad.

Zijn werken zijn onderdeel van de tentoonstelling ‘Wereldburgers’. Persoonlijke verhalen van Amsterdammers, Marokkanen en Surinamers die in de jaren 70 en 80 in de polders van Lelystad gingen wonen, komen samen in deze tentoonstelling. ”Wereldburgers” laat zien hoe het dagelijkse leven er voor deze migrantengroepen uitzag. “Grappige, gekke en vooral verrassende ontboezemingen zijn te zien, te horen en te lezen in de tentoonstelling”, aldus het Nieuw Land Erfgoed Museum.

Robert Bosari werd geboren in Paramaribo, maar groeide op in Commewijne waar hij zijn creativiteit ontdekte. Hij won verschillende schilderprijzen en heeft in talloze plaatsen geëxposeerd. In het kader van 120 jaar Javaanse Immigratie vertelde Bosari zijn levensverhaal aan STICHJI. Fragmenten hieruit zijn terug te lezen op de website www.javanenindiaspora.nl.

Voor meer informatie over de tentoonstelling Wereldburgers ga naar www.nieuwlanderfgoed.nl

123 Jaar Javaanse Immigratie

Het project Javanen in de Nederlandse Polder is in volle gang. Enthousiaste spoorzoekers in Noord Brabant en Den Haag zijn op eropuit gegaan, op zoek naar historische foto’s en unieke verhalen over de vestiging van Javaanse Surinamers in Nederland.

Het doel van het project is om de migratiegeschiedenis en het erfgoed van Javaanse Surinamers in Nederland vast te leggen en te bewaren voor toekomstige generaties.

Informatie over het project, de resultaten, evenals de vindplaats van het verzamelde materiaal zal worden bekend gemaakt via meerdere websites zoals het online Historisch Beeldarchief Migranten, de website van STICHJI www.stichji.javanen.nl, de website www.javanenindiaspora.nl en de website www.vijfeeuwenmigratie.nl.

Het op touw zetten en in goede banen leiden van dit project is een ware klus, waar STICHJI op dit moment de volle prioriteit aan geeft. Dit jaar worden daarom door STICHJI geen feestelijkheden georganiseerd voor 123 jaar Javaanse immigratie. Volgend jaar, met 124 jaar Javaanse immigratie, hopen wij de eerste resultaten van het project Javanen in de Nederlandse Polder te kunnen presenteren.

Trauma bij Javaanse immigrant doorbroken

Door Tascha Samuel, DWTonline 10/07/2013

De Javanen die naar Suriname zijn gekomen, hadden een hard leven. Lange werkdagen van zes uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds, slecht eten en vreselijke leefomstandigheden brachten velen een leven van frustratie. Maar de familiebanden die soms tegen wil en dank verbroken werden, waren tegen de Javaanse traditie.

Dat leverde samen met het harde werken en slechte omstandigheden op de plantages, reële trauma’s op. Generaties later is een bezoek aan Indonesië dé oplossing voor majoor Edward Redjopawiro. Hij doet ook onderzoek naar het immigratieverleden van de Javaanse immigrant en het trauma dat de groep heeft opgelopen.

In de Pura Besakih tempel gaan de heren in gebed bij de hindoegod Vishnu. Ondanks zij Javanisten zijn is er geen begrenzing daarin. Vader Toekimin Redjopawiro is de derde persoon op de rij met pet op.-.

Beeld: Collectie Edward Redjopawiro

Edward behoort tot de vierde generatie van de familie Redjopawiro. Het is zijn overgrootvader Toekiran – toen nog Tokarijo – die besluit in 1922 tegen de wil van zijn ouders, een beter leven te zoeken in Suriname. De beloften van goed werk, betaling en eigen grond geven Toekiran het gevoel dat hij het zal maken in het leven. Hij is de meest rebelse zoon van zijn vader Tokarijo. Overgrootvader Mbangun Tokarijo is niet blij met het besluit van zijn zoon. Mbangun betekent ”ontwikkeld” en Tokarijo ”Hard werken”. “Maar door de hardheid van het leven ontgoocheld en gefrustreerd, veranderde Toekiran zijn naam zoals vele andere Javanen. Hij noemde zich toen Redjopawiro, wat ”strijders voor rijkdom en geluk” betekent. “Hij is met grootspraak en in onmin met zijn vader vertrokken. En alleen dat al is een trauma. Want vanuit het Javaans gedachtegoed (Adat) moet je je ouders ten koste van alles respecteren en eerbiedigen. Grootspraak en schelden zijn taboe. Je wordt verworpen in het dorp als men het weet”, vertelt Edward. Daarnaast heeft hij de belofte van ”een beter leven” helemaal niet kunnen waarmaken.

Het leven van Toekiran op plantage Peperpot is zwaar. Het begint al om vijf uur in de ochtend met klaarmaken voor het werk op de cacao- en koffieplantage dat stipt om zes uur begint. “Ze werden vaak mishandeld. En officieel mocht er bij de districtscommissaris of de plantageopzichter wel een klacht hierover worden ingediend. Maar ze waren bang voor represailles, want als je ging klagen werd je slechter behandeld. Velen werden opgesloten omdat ze niet wisten waarvoor ze hadden getekend”, vertelt Redjopawiro hoofdschuddend. De mensen waren vaak analfabeet en hadden met een ”duimafdruk” getekend zonder ook maar enig idee te hebben wat er stond op het papier.

Hoogzwanger
Iets wat voor enorme emotionele verwondingen heeft gezorgd is de opsluiting van oma Redjopawiro. Zij was zwanger van het vierde kind en lustte wat koffie. Zij nam een handvol mee en werd dientengevolge gearresteerd en weggebracht. “Mijn oma was hoogzwanger en beviel in degevangenis op Domburg. Mijn vader wil niets over dit schandelijk verhaal horen. Zijn vader schaamde zich en was verdrietig hierover. Deze vernedering leeft nog sterk bij mijn opa.” Toen het zesde kind werd geboren, overleed oma tijdens de bevalling. “Oma was een kleine vrouw die keihard werkte op het veld en voor de kinderen en het huishouden zorgde. Het was haar te veel”, vertelt Edward.


Vader Toekimin kan de wens van zijn vader eindelijk in vervulling brengen. Bij het graf van grootvader Tokarijo vraagt hij om vergiffenis samen met zijn zonen en een schoondochter. De man met de pet is een achterkleinkind van Mbangun Tokarijo.

Vergiffenis
De vrouw die opa toen nam was een spreekwoordelijke ”stiefmoeder”. “Ze behandelde de kinderen niet goed. Ze was materialistisch. Eén van de vreselijke dingen dieze heeft gedaan, was spaargeld van mijn broer nemen om zijn rijbewijs te maken…” Edward moet even slikken als hij eraan denkt. Het heeft ook hem gekwetst. “Opa was een arme man met zes kinderen. Mijn vader Toekimin was de meest nederige van de zonen. Naarmate opa ouder werd, ging hij steeds meer praten over Indonesië en zijn ouders. Aan Toekimin vroeg opa om naar Indonesië terug te gaan om namens hem vergiffenis (ngapuroh) te gaan vragen aan de familie.” Dat hij zelf niet terug kon gaan, was een diepgewortelde frustratie voor opa. “Toen hij hoorde dat zijn vader was overleden en daarmee de kans om echt zelf vergiffenis te vragen vervaagd was, raakte hij in een diep dal. Het lijkt raar, want opa was toen al een volwassen man, maar hij is diep ingeworteld in zijn ”Javaan zijn””, legt Edward uit.

Disharmonie
De vader van Edward is na enige tijd het leven op Peperpot zat. Hij wil uit de armoede en de negatieve sfeer die er daar heerst. “Door de vele ruzies tussen vader en stiefmoeder ontstonden er onderling ook ruzies tussen broers en zusters. Op gegeven moment spraken velen van hen niet met elkaar.” Dat is echt een hele vervelende situatie binnen een Javaanse familie. Want volgens de Adat gaat de Javaan haast ten koste van alles, conflict uit de weg. Harmonie (Rukon) moet ten koste van alles bewaard blijven. “Maar dit is een trauma, als gevolg van het overlijden van mijn oma. Daar heeft men niets mee gedaan.”

Liefde en toewijding
Het streven naar een beter leven van vader Toekimin, maakt het leven van zijn zeven kinderen heel moeilijk. “Pas toen mijn vader ouder werd en met mij ging praten over zijn vader, begreep ik waarom hij zo achter ons aan zat. Ik was niet dom maar wilde ook niet echt leren. Dat leverde slaag op. Veel pakslaag, ook voor mijn andere broers”, licht Edward toe. “Dat is mijn vaders trauma geweest. Hij hield van ons en wilde ten koste van alles zorgen dat we een goede scholing kregen. Vaak als hij ons had geslagen, kwam hij later met zalf om de zere plek in te smeren als we sliepen. Dat toonde zijn liefde en zijn toewijding als vader. Ik ben hem dankbaar.” Edward wordt even stil. Hij is zich ervan bewustdat door hierover te praten er een doorbraak heeft plaatsgevonden.


Dit is de ruïne van de koffie- en cacaofabriek op Peperpot waar de moeder van Toekimin in gevangenschap was genomen nadat ze beschuldigd was van het ”stelen” van een handvol koffie. De zwangere vrouw baarde haar kind in gevangenschap op Domburg.

Slametan
“Javanen praten niet over zulke zaken. Het zijn kwetsende dingen die ze in zich vasthouden en die zorgen voor afwijkend gedrag. Om helemaal in het reine te komen en vergiffenis te vragen, zal er een speciale familie Slametan gehouden worden. In juni 2011 gingen vader Toekimin en zoon Edward naar Indonesië waar zij volgens het Javaans ritueel bij het graf van de overgrootouders vergiffenis gingen vragen. Er werd geld achtergelaten voor het maken van een goede grafsteen. “Door de Slametan zal de disharmonie die zoveel negativiteit heeft gebracht, hersteld worden. En kunnen we doorgaan in harmonie.”.-.

Bronvermelding: Tascha Samuel. Trauma bij Javaanse immigrant doorbroken, DWTonline 10/07/2013

Slametan: herstel van harmonie en zegenbede

Door Tascha Samuel, DWTonline 10/07/2013

In de hobbelige Libanonweg woont de 87-jarige Toekimin Redjopawiro, die om vergiffenis (ngapuroh) wil vragen namens zijn vader Toekiran, voor begane zonden. Door handelingen gepleegd in het verleden is er een trauma ontstaan die zorgt voor het verstoren van de harmonie (rukon). Een slametan is een goddienstige bijeenkomst die voor verschillende doeleinden wordt gehouden.

Familieleden vouwen de bladeren op waarin het eten is geplaatst.Iedereen schijnt te weten hoe het moet om een mooi bakje te maken, waarin alle eten past.

Buitengewoon formeel Javaans

het gebedsmoment is heel emotionel voor Bepak Toekimin en hij laat zijn tranen dan ook de vrije loop. Hij denkt terug aan de harde tijden van vroeger en het verzoek van zijn vader, waaraan hij nu eindelijk met deze slametan een punt achter het verleden kan zetten.

Onder het zinken dak waaronder stoelen zijn geplaatst, hebben familieleden plaatsgenomen. Er wordt zacht gepraat in afwachting van het moment waarop de slametan kan beginnen. De kaum (geestelijke voorgangers in het Javanisme) zitten op een rij. Gekleed in zwart met op hun hoofd het typische hoofddeksel van de Javanisten. Die dragen elk de typerende ”hoed” genaamd blangkon. Het hoofddeksel heeft een bolle vorm en past precies om het hoofd en ze zijn allemaal verschillend van vorm en stof. De basis is zwart met een andere ”Javaanse stof”. “De diverse hoeden geven de verschillende plaatsen aan waar men vandaan komt zoals de hindoeïstische blangkon uit Djokyakarta, die verschilt met die uit Soloh, Sudan of van Bali”, legt zoon Edward Redjokromo uit. “De taal die gebezigd wordt bij een slametan is heel respectvol. Zeker in deze zaak waar het gaat om het verzoeken van vergiffenis en herstel van harmonie. De taal is diep Javaans en buitengewoon formeel.”

Symbolische betekenis

Bepak Toekimin kijkt lachend en tevreden toe terwijl zijn zoon Edward de vele porties opschept voor familieleden om mee te nemen.

Net voordat de dienst start, wordt er op een tafel tal van voedingswaren geplaatst. Alles heeft haar eigen symbolische betekenis. Enorme bakken met witte en gele rijst, waarop een bruine en een gele gebakken hele kip ligt. Maar ook een glas water waarin jasmijnbloemen zijn gedaan. Een blad met daarin gekookte zoete aardappelen en een bak met snoepjes. Sroendeng en Goedangan (kokos gerechten) en een mooie rijpe bos bacoven. De witte rijst symboliseert een heldere weg die men op wil gaan. De geroosterde kippen zijn een beeld van mannelijk en vrouwelijke harmonie. Bacoven staan voor vruchtbaarheid en een goed leven. Water is het teken voor leven en de jasmijn erin staan voor voorspoed in het leven. Kokos staat voor standvastigheid en vruchtbaarheid. Al dit eten wordt later uitgedeeld. Iedereen krijgt driebladeren die op een speciale manier worden gevouwen zodat er een soort bakje ontstaat. Bamie, gekookte pinda”s, gekruide aardappelen, visballetjes en peyeh worden toegevoegd aan de enorme hoeveelheid eten.

Verleden los laten
De dienst start allereerst met het groeten van alle aanwezigen.

Bepak Toekimin Redjopawiro loopt met licht gebogen hoofd naar de tafel waar de geestelijken zitten. Op nederige toon doet hij zijn verzoek. “Hij heeft al gevraagd maar protocollair om het zo te noemen, moet hij weer vragen. Daarna gaat hij uitgebreid het probleem voorhouden aan de geestelijken en hen vragen te bidden voor het probleem”, licht Edward zacht fluisterend toe. Iedereen zit eerbiedig te luisteren. De mannelijke familieleden hebben aan een andere tafel naast de geestelijken plaatsgenomen. De kaum neemt de gegevens van Bepak Toekimin op, en die van zijn grootvader. Hij ontsteekt een hoopje wierookbladeren en al gauw verspreidt de zachte geur zich onder de tent. Zachtjes nauwelijks hoorbaar doet hij een gebed. Bepak Toekimin begint zachtjes te huilen. De tranen stromen over zijn wangen, die hij rustig afveegt. Hij schaamt zich er niet voor en is blij dat hij dit eindelijk kan doen. “Het was tijd. Het zal hem genoegdoening schenken”, meent zijn andere zoon Kenneth. “Het is de tijd om alle verdriet en pijn van het verleden los te laten.”

Serene vrede en rust
Een andere geestelijke gaat daarna luidpratend weer in gebed. Het praten heeft een zangerige toon en klinkt inderdaad een stuk anders dan het gewone Javaans. Het gebed wordt op gezette tijden ondersteund door het gezamenlijk uitroepen van ”ngih” of ”amin” wat ”het zij zo” betekent. Er wordt gebeden voor vergiffenis, herstel, zegen en voorspoed. Na het officiële gedeelte lijkt het alsof op commando de mannen beginnen te werken. Ze hebben allemaal hun taak en al gauw vult de tent zich met de geur van smakelijk eten. Soft wordt ingeschonken, snacks verdeeld en we worden plotseling opgeschrikt door het klinken van een paar korte pagara salvo”s. Dat maakt de plechtige sfeer in een keer tot een vrolijke, want iedereen is geschrokken en lacht. Maar ook het gezicht van Bepak Toekimin is veranderd. De blik en glimlach op zijn gezicht is er een van serene vrede en rust. “Mi breyti en verdrietig tegelijk,” zegt hij niet nader verklarend met gesloten ogen. Hij zucht diep en neemt een slokje cola.

Gado Blessie
Bepak Toekimin heeft 26 jaar bij Suralco gewerkt. Zijn Nederlands is slecht en verrassend genoeg is zijn Engels veel beter. “Mi no sabi fa, ma a engels doro fu wroko toch”, geeft hij met trots aan. Hij heeft zich opgewerkt van exploratie medewerker tot chauffeur en heeft een huis kunnen bouwen voor zijn gezin bestaande uit zijn echtgenote, zeven jongens en een dochter. Allemaal hebben minimaal de middelbare school doorlopen, een is agent van politie, Edward is een hooggeplaatste militair met een academische opleiding en een andere zoon ook afkomstig van de Universiteit is directeur bij een ministerie. Hij is heel trots op zijn kinderen die hij met de harde hand heeft opgevoed. “Op zo een dag kan je alleen blij zijn. En nanga Gado blessie dan ala sani moro boeng”, meent Bepak Toekimin, tevreden zuchtend, dat hij dit allemaal achter zich kan laten.-.

Bronvermelding: Tascha Samuel. Slametan: herstel van harmonie en zegenbede, DWTonline 10/07/2013