Consultatie Immaterieel Cultureel Erfgoed

 

Zaterdag 21 oktober 2017 vond in Sunrise te Rotterdam de Publieke consultatie Immaterieel Cultureel Erfgoed plaats. Wij kijken terug op een goede bijeenkomst. Bezoekers van de consultatie hebben informatie ontvangen en weten meer over het onderwerp immaterieel cultureel erfgoed. Dat is winst.

Pieter van Rooij, adviseur erfgoedzorg van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland informeerde de zo’n 150 geïnteresseerde aanwezigen het publiek over het UNESCO Verdrag ter bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed en wat in Nederland wordt gedaan om het verdrag te implementeren. Ook heeft het publiek een indruk gekregen wat de nationale inventaris behelst en hoe langdurig en ingewikkeld het proces van aanmelding kan zijn. Myrna Wezel, consultant Cultureel erfgoed, deelde in haar presentatie haar praktijkervaringen met het inventarisatie- en voordrachtsproces.

Er waren vragen en opmerkingen die begrijpelijkerwijs werden gesteld omdat de inleidingen te kort waren om op alle facetten in te gaan. Wij trekken de conclusie dat meer bijeenkomsten nodig zijn om duidelijk te maken wat de functie en de werking is van de nationale inventaris (het is geen archief!) en welke mogelijkheden de aanmelding biedt om ons erfgoed te borgen. Tevens dient het besef er te zijn dat het hele proces van aanmelding en het onderhoud van erfgoed, onze eigen verantwoordelijkheid is als gemeenschap van Javaanse Surinamers in Nederland, ook financieel.

Hoewel de aanwezigen van mening zijn dat de stap genomen moet worden om ons erfgoed aan te melden, is er een lange weg te gaan. Het is fijn dat er mensen zijn die hun vinger hebben opgestoken en daarmee zichzelf hebben opgegeven om mee te denken hoe het proces van eventuele aanmelding aangepakt moet worden, met tegelijkertijd aandacht voor versterking van de bewustwording en draagvlak.

Dank aan alle aanwezigen en hun participatie. Groot is onze dank aan St. B.A.R.R. en aan alle vrijwilligers en donateurs.

Bekijk de foto’s hier.

Vooraankondiging: samenwerking STICHJI en St. BARR 127 jaar Javaanse immigratie

Ter gelegenheid van 127 jaar Javaanse Immigratie organiseren wij op 21 oktober 2017 een bijeenkomst waarin het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Javaanse Surinamers in Nederland centraal zal staan.

Wij gaan heel graag met u in gesprek over de vraag of wij, als gemeenschap van Javaanse Surinamers, bereid zijn om elementen van ons cultureel erfgoed voor te dragen voor opname op de Nationale (Nederlandse) Inventaris van Immaterieel Erfgoed. Waarom willen wij dit doen?
Aanleiding voor dit initiatief is het UNESCO Verdrag ter Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed (Safeguarding the Intangible Cultural Heritage), dat door Nederland in 2012 is geratificeerd. Het Verdrag is in 2003 door lidstaten van de Verenigde Naties aangenomen en sindsdien hebben meer dan 174 landen (stand 12 mei 2017) het Verdrag geratificeerd, waaronder Nederland. Ook Suriname heeft onlangs besloten het Verdrag te zullen ratificeren.
Onder immaterieel erfgoed wordt verstaan de praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden, met inbegrip van de bijbehorende instrumenten, voorwerpen, artefacten en culturele ruimtes, die gemeenschappen, groepen en in sommige gevallen individuen, erkennen als deel van hun cultureel erfgoed. Een wezenlijk kenmerk is dat dit erfgoed wordt overgedragen van generatie op generatie en van persoon op persoon. Het behoort tot de basis van een gemeenschap en is belangrijk voor een gemeenschappelijke identiteit. Immaterieel erfgoed is  ‘dynamisch, levend erfgoed’. Het wordt voortdurend opnieuw gecreëerd. Mensen -individuen en groepen- geven steeds opnieuw betekenis aan de natuurlijke omgeving en aan de materie die voorgaande generaties aan hen hebben overgedragen.
Landen die het verdrag ondertekenen, zeggen toe het immaterieel erfgoed op hun grondgebied te inventariseren in samenwerking met de gemeenschappen en organisaties. Zij committeren zich aan de verplichting om het erfgoed met passende maatregelen te beschermen.
In Nederland is het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland aangewezen om het UNESCO Verdrag uit te voeren. Het samenstellen van een inventaris van Immaterieel erfgoed is één van de eerste acties van dit Centrum. De oproepen van dit Centrum hebben tot resultaat dat op dit moment  195 tradities geregistreerd staan op de inventarislijst (stand juni 2017). Interessant om te vermelden is dat 5 van de 195 tradities een link hebben met Suriname, met name met het Afro-Surinaams en Marron Cultureel Erfgoed. Deze zijn: 1. Kopro beki; 2. Anansi verteltraditie; 3. Afro-Surinaamse aflegverenigingen; 4. Angisa binden en koto maken en 5. de Marroncultuur. Een andere bekende traditie is de  Indische rijsttafel. Ook de Nederlandse Antillen zijn vertegenwoordigd met de Kaha di orgel en Tambu. De overige tradities zijn autochtone Nederlandse (streek) tradities.
Op 21 oktober nodigen wij twee sprekers uit. Pieter van Rooy, Adviseur Erfgoedzorg, Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, zal in algemene zin het Verdrag  toelichten, en ons informeren over de Nationale Inventaris en de procedure en voorwaarden  voor aanmelding. Myrna Wezel van Stichting SPLIKA, deelt met ons de ervaring van de Antilliaanse gemeenschap bij het voordragen van hun tradities en de aandachtspunten/knelpunten welke zij tijdens het proces tegenkwamen.

Na deze sprekers gaan wij graag met u in gesprek over het volgende:
1. Vind u dat onze tradities moeten worden aangemeld voor opname in de Nationale Inventaris?
2. Zo ja, welke tradities komen daarvoor in aanmerking?
3. Welke concrete stappen nemen wij?
De bijeenkomst vindt plaats in Zalencentrum Sunrise in Rotterdam, van 14.00 – 19.30 uur (inloop 13.00 uur).  De consultatie wordt afgewisseld met culturele presentaties en eindigt met een gezamenlijke maaltijd.


Datum: 21 oktober 2017
Locatie: Zalencentrum Sunrise
Tijd: 14.00 – 21.00 uur (Inloop: 13.00 uur)
Let op! Aanmelden is vereist. Dit kan tot uiterlijk 5 oktober 2017
Aanmelden via stichji.nl@gmail.com

Een eigen huis, een plek onder de zon

‘Een eigen huis, een plek onder de zon’, zo heet de documentaire die Isaura Sanwirjatmo maakte voor VPRO Dorst. In deze documentaire onderzoekt zij het concept ‘thuis’. Dat doet zij door haar eigen familie in beeld te brengen: haar Javaans-Surinaamse vader en haar Nederlandse oma. Beide vertellen zij over de beleving van ‘thuis’. Voelen zij een binding met de plek waar zij wonen?

De documentaire is van 10 tot 17 november ook te zien op VPROTV!

http://www.vpro.nl/vprotv.html

Bosari te zien in Nieuw Land

Van 26 november tot en met 15 december zijn de werken van kunstenaar Robert Bosari te zien in het Nieuw Land Erfgoed Museum in Lelystad.

Zijn werken zijn onderdeel van de tentoonstelling ‘Wereldburgers’. Persoonlijke verhalen van Amsterdammers, Marokkanen en Surinamers die in de jaren 70 en 80 in de polders van Lelystad gingen wonen, komen samen in deze tentoonstelling. ”Wereldburgers” laat zien hoe het dagelijkse leven er voor deze migrantengroepen uitzag. “Grappige, gekke en vooral verrassende ontboezemingen zijn te zien, te horen en te lezen in de tentoonstelling”, aldus het Nieuw Land Erfgoed Museum.

Robert Bosari werd geboren in Paramaribo, maar groeide op in Commewijne waar hij zijn creativiteit ontdekte. Hij won verschillende schilderprijzen en heeft in talloze plaatsen geëxposeerd. In het kader van 120 jaar Javaanse Immigratie vertelde Bosari zijn levensverhaal aan STICHJI. Fragmenten hieruit zijn terug te lezen op de website www.javanenindiaspora.nl.

Voor meer informatie over de tentoonstelling Wereldburgers ga naar www.nieuwlanderfgoed.nl

123 Jaar Javaanse Immigratie

Het project Javanen in de Nederlandse Polder is in volle gang. Enthousiaste spoorzoekers in Noord Brabant en Den Haag zijn op eropuit gegaan, op zoek naar historische foto’s en unieke verhalen over de vestiging van Javaanse Surinamers in Nederland.

Het doel van het project is om de migratiegeschiedenis en het erfgoed van Javaanse Surinamers in Nederland vast te leggen en te bewaren voor toekomstige generaties.

Informatie over het project, de resultaten, evenals de vindplaats van het verzamelde materiaal zal worden bekend gemaakt via meerdere websites zoals het online Historisch Beeldarchief Migranten, de website van STICHJI www.stichji.javanen.nl, de website www.javanenindiaspora.nl en de website www.vijfeeuwenmigratie.nl.

Het op touw zetten en in goede banen leiden van dit project is een ware klus, waar STICHJI op dit moment de volle prioriteit aan geeft. Dit jaar worden daarom door STICHJI geen feestelijkheden georganiseerd voor 123 jaar Javaanse immigratie. Volgend jaar, met 124 jaar Javaanse immigratie, hopen wij de eerste resultaten van het project Javanen in de Nederlandse Polder te kunnen presenteren.

Trauma bij Javaanse immigrant doorbroken

Door Tascha Samuel, DWTonline 10/07/2013

De Javanen die naar Suriname zijn gekomen, hadden een hard leven. Lange werkdagen van zes uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds, slecht eten en vreselijke leefomstandigheden brachten velen een leven van frustratie. Maar de familiebanden die soms tegen wil en dank verbroken werden, waren tegen de Javaanse traditie.

Dat leverde samen met het harde werken en slechte omstandigheden op de plantages, reële trauma’s op. Generaties later is een bezoek aan Indonesië dé oplossing voor majoor Edward Redjopawiro. Hij doet ook onderzoek naar het immigratieverleden van de Javaanse immigrant en het trauma dat de groep heeft opgelopen.

In de Pura Besakih tempel gaan de heren in gebed bij de hindoegod Vishnu. Ondanks zij Javanisten zijn is er geen begrenzing daarin. Vader Toekimin Redjopawiro is de derde persoon op de rij met pet op.-.

Beeld: Collectie Edward Redjopawiro

Edward behoort tot de vierde generatie van de familie Redjopawiro. Het is zijn overgrootvader Toekiran – toen nog Tokarijo – die besluit in 1922 tegen de wil van zijn ouders, een beter leven te zoeken in Suriname. De beloften van goed werk, betaling en eigen grond geven Toekiran het gevoel dat hij het zal maken in het leven. Hij is de meest rebelse zoon van zijn vader Tokarijo. Overgrootvader Mbangun Tokarijo is niet blij met het besluit van zijn zoon. Mbangun betekent ”ontwikkeld” en Tokarijo ”Hard werken”. “Maar door de hardheid van het leven ontgoocheld en gefrustreerd, veranderde Toekiran zijn naam zoals vele andere Javanen. Hij noemde zich toen Redjopawiro, wat ”strijders voor rijkdom en geluk” betekent. “Hij is met grootspraak en in onmin met zijn vader vertrokken. En alleen dat al is een trauma. Want vanuit het Javaans gedachtegoed (Adat) moet je je ouders ten koste van alles respecteren en eerbiedigen. Grootspraak en schelden zijn taboe. Je wordt verworpen in het dorp als men het weet”, vertelt Edward. Daarnaast heeft hij de belofte van ”een beter leven” helemaal niet kunnen waarmaken.

Het leven van Toekiran op plantage Peperpot is zwaar. Het begint al om vijf uur in de ochtend met klaarmaken voor het werk op de cacao- en koffieplantage dat stipt om zes uur begint. “Ze werden vaak mishandeld. En officieel mocht er bij de districtscommissaris of de plantageopzichter wel een klacht hierover worden ingediend. Maar ze waren bang voor represailles, want als je ging klagen werd je slechter behandeld. Velen werden opgesloten omdat ze niet wisten waarvoor ze hadden getekend”, vertelt Redjopawiro hoofdschuddend. De mensen waren vaak analfabeet en hadden met een ”duimafdruk” getekend zonder ook maar enig idee te hebben wat er stond op het papier.

Hoogzwanger
Iets wat voor enorme emotionele verwondingen heeft gezorgd is de opsluiting van oma Redjopawiro. Zij was zwanger van het vierde kind en lustte wat koffie. Zij nam een handvol mee en werd dientengevolge gearresteerd en weggebracht. “Mijn oma was hoogzwanger en beviel in degevangenis op Domburg. Mijn vader wil niets over dit schandelijk verhaal horen. Zijn vader schaamde zich en was verdrietig hierover. Deze vernedering leeft nog sterk bij mijn opa.” Toen het zesde kind werd geboren, overleed oma tijdens de bevalling. “Oma was een kleine vrouw die keihard werkte op het veld en voor de kinderen en het huishouden zorgde. Het was haar te veel”, vertelt Edward.


Vader Toekimin kan de wens van zijn vader eindelijk in vervulling brengen. Bij het graf van grootvader Tokarijo vraagt hij om vergiffenis samen met zijn zonen en een schoondochter. De man met de pet is een achterkleinkind van Mbangun Tokarijo.

Vergiffenis
De vrouw die opa toen nam was een spreekwoordelijke ”stiefmoeder”. “Ze behandelde de kinderen niet goed. Ze was materialistisch. Eén van de vreselijke dingen dieze heeft gedaan, was spaargeld van mijn broer nemen om zijn rijbewijs te maken…” Edward moet even slikken als hij eraan denkt. Het heeft ook hem gekwetst. “Opa was een arme man met zes kinderen. Mijn vader Toekimin was de meest nederige van de zonen. Naarmate opa ouder werd, ging hij steeds meer praten over Indonesië en zijn ouders. Aan Toekimin vroeg opa om naar Indonesië terug te gaan om namens hem vergiffenis (ngapuroh) te gaan vragen aan de familie.” Dat hij zelf niet terug kon gaan, was een diepgewortelde frustratie voor opa. “Toen hij hoorde dat zijn vader was overleden en daarmee de kans om echt zelf vergiffenis te vragen vervaagd was, raakte hij in een diep dal. Het lijkt raar, want opa was toen al een volwassen man, maar hij is diep ingeworteld in zijn ”Javaan zijn””, legt Edward uit.

Disharmonie
De vader van Edward is na enige tijd het leven op Peperpot zat. Hij wil uit de armoede en de negatieve sfeer die er daar heerst. “Door de vele ruzies tussen vader en stiefmoeder ontstonden er onderling ook ruzies tussen broers en zusters. Op gegeven moment spraken velen van hen niet met elkaar.” Dat is echt een hele vervelende situatie binnen een Javaanse familie. Want volgens de Adat gaat de Javaan haast ten koste van alles, conflict uit de weg. Harmonie (Rukon) moet ten koste van alles bewaard blijven. “Maar dit is een trauma, als gevolg van het overlijden van mijn oma. Daar heeft men niets mee gedaan.”

Liefde en toewijding
Het streven naar een beter leven van vader Toekimin, maakt het leven van zijn zeven kinderen heel moeilijk. “Pas toen mijn vader ouder werd en met mij ging praten over zijn vader, begreep ik waarom hij zo achter ons aan zat. Ik was niet dom maar wilde ook niet echt leren. Dat leverde slaag op. Veel pakslaag, ook voor mijn andere broers”, licht Edward toe. “Dat is mijn vaders trauma geweest. Hij hield van ons en wilde ten koste van alles zorgen dat we een goede scholing kregen. Vaak als hij ons had geslagen, kwam hij later met zalf om de zere plek in te smeren als we sliepen. Dat toonde zijn liefde en zijn toewijding als vader. Ik ben hem dankbaar.” Edward wordt even stil. Hij is zich ervan bewustdat door hierover te praten er een doorbraak heeft plaatsgevonden.


Dit is de ruïne van de koffie- en cacaofabriek op Peperpot waar de moeder van Toekimin in gevangenschap was genomen nadat ze beschuldigd was van het ”stelen” van een handvol koffie. De zwangere vrouw baarde haar kind in gevangenschap op Domburg.

Slametan
“Javanen praten niet over zulke zaken. Het zijn kwetsende dingen die ze in zich vasthouden en die zorgen voor afwijkend gedrag. Om helemaal in het reine te komen en vergiffenis te vragen, zal er een speciale familie Slametan gehouden worden. In juni 2011 gingen vader Toekimin en zoon Edward naar Indonesië waar zij volgens het Javaans ritueel bij het graf van de overgrootouders vergiffenis gingen vragen. Er werd geld achtergelaten voor het maken van een goede grafsteen. “Door de Slametan zal de disharmonie die zoveel negativiteit heeft gebracht, hersteld worden. En kunnen we doorgaan in harmonie.”.-.

Bronvermelding: Tascha Samuel. Trauma bij Javaanse immigrant doorbroken, DWTonline 10/07/2013